Fred & Nori op huwelijksreis in Indonesië

Een rare gewaarwording

Vanmorgen alweer vroeg op pad. Om half vijf werden wij weer opgehaald door onze chauffeur Erwin. Hij heeft ons naar de luchthaven van Medan gebracht en daar hebben wij afscheid van hem genomen. Na een tussenstop op Palembang zijn we door gevlogen naar Bali, daar stond de nieuwe chauffeur alweer op ons te wachten. Na ca. 2 uur rijden zijn we aangekomen in Tabanan bij Taman Villas di Blayu. Toen wij aankwamen werd er op de gong geslagen en stond er een meisje te wachten met een bloemenkrans en een roze welkomstdrankje. Ik ben niet gauw sprakeloos, maar bij binnenkomst in ons huisje was ik dat even….. Wat is het hier ontzettend mooi! Toch bleek de enorme kamer met het hemelbed niet alles, want er achter ligt nog een heuse kleedkamer met daarachter een open badkamer met een bad midden in een soort van vijvertje waarin een schilpadje en vissen zwemmen. Het bad is van roze marmer en is gevuld met bloemblaadjes, echt prachtig!!! Nadat wij hier hebben rondgelopen en foto’s hebben gemaakt zijn we lekker gaan zwemmen. Toen ik mijn spullen op de stoel neerlegde keek ik naar de sawa achter het zwembad en daar waren in het beekje een aantal arbeiders het stof van zich af aan het spoelen. Ik werd dus getrakteerd op een aantal mooie mannenbillen hihi……

Na het zwemmen gebruik gemaakt van die enorme badkamer en genoten van een heerlijke warme douche. Nadat wij ons helemaal hadden opgefrist en wat make-up op te hebben gedaan, want je gaat natuurlijk niet eten in zo’n mooi resort als je niet een beetje bent opgetut zijn we naar het sfeervolle restaurant gelopen. Voor het eerst deze vakantie heerlijk een rosé besteld en die smaakte!! Toen Fred een foto van mij wilde nemen, jaja, eindelijk met glas in de hand, dacht hij dat ik hem in de maling zat te nemen toen de hele tafel schudde…… ik verzekerde hem dat ik niets deed en toen het personeel ons riep dat wij in de open lucht moesten gaan staan, beseften wij pas dat er serieus iets aan de hand was……, zeker toen het water van het zwembad ineens met grote golven er overheen kwam. De beving heeft slechts enkele seconden geduurd en op dat moment waren wij er nog niet echt van doordrongen, maar nadat wij later nog voor een tweede schok weer het restaurant uit moesten werden wij er toch een beetje onrustig van. Op dit moment is alles weer rustig en lijkt er niets meer aan de hand, maar het personeel heeft ons wel opgedragen dat zodra wij weer iets voelen wij direct ons huisje moeten verlaten en in de open lucht moeten gaan staan. Dat wordt dus voor het eerst sinds jaren weer met een T-shirt aan slapen ?, verder heb ik tegen Fred gezegd dat hij niet meer ver uit mijn buurt mag, want als we gaan, dan gaan we samen……… Nee, hoor gekheid, op dit moment is het rustig en we hopen maar dat dat zo blijft. Vooralsnog gaan wij ongelooflijk genieten van dit kleine paradijs. 


Liefs,
Fred & Nori 


van Samosir naar Medan

Vanmorgen na het ontbijt de boot genomen vanuit Samosir naar Parapat. Daar stond onze chauffeur Erwin alweer op ons te wachten. Met de auto door het drukke verkeer, het was markt vandaag. Je weet dan niet wat je meemaakt! Een hoop getoeter en gedoe, maar uiteindelijk loodste Erwin ons er prima doorheen. Een wat saaie rit richting Medan, vele plantages onderweg, rubber, cacao en palmolie. In een voorstadje van Medan, in Patumbak,  werden wij opgewacht door Masna die ons al lopend (de auto kon daar niet komen) naar haar zus Donna zou brengen. De auto zou dan verder met onze bagage naar Medan rijden. Eenmaal bij Donna thuis kregen wij eerst een groentesoepje met een kopje thee en daarna hebben wij een wandeling door het dorp gemaakt. De kinderen uit het dorp vonden dat een hele belevenis en onder het geroep van Bule (Europeaan) namen de mensen die thuis waren de moeite om ons ook even te bekijken. Tevens zijn zijde hele weg met ons meegelopen. Een aantal van hen wilde graag met ons op de foto, wat wij natuurlijk deden. Bijna aan het eind van de wandeling hadden wij het geluk een bruidspaar tegen te komen, zij gekleed in sarong en kebaya en voorzien van kondé, deed ons meteen aan onze eigen bruiloft denken, dus wij hebben het bruidspaar natuurlijk onze trouwfoto laten zien, wat een hoop hilariteit opleverde en waarop het bruidspaar vroeg of zij met ons op de foto mochten. Later wilde de hele familie met ons op de foto. Daarna werden we ook nog, gastvrij als de Indo’s zijn, uitgenodigd voor het diner, dat hebben wij beleefd afgeslagen want wij konden Donna natuurlijk niet voor het hoofd stoten, zij had tenslotte alle voorbereidingen getroffen om ons een feestmaal voor te zetten. Toen wij terug kwamen hebben wij plaatsgenomen op de grond en onder het genot van een koud glas water hebben wij ons de rendang, nasi putih, ikan asin, boentjis, sajoers en andere lekkere dingen goed laten smaken. Leuk is ook nog om te vertellen dat wij niet alleen aten, maar dat de hele familie met ons mee at. Ook de schoolboeken van de meisjes werden nog even getoond en het meest opvallend was wel het boek over karaktervorming en de discipline die daarbij om de hoek komt kijken. De meisjes hebben ieder vier schooluniformen (2 voor de verschillende dagen in de week, 1 sportuniform en een uniform van de scouting), deze uniformen zijn allemaal verplicht en moeten zelf worden betaald, net als de boeken. Hoe arm een gezin het ook heeft alles wordt uit de kast gehaald om de kinderen een goede opleiding te geven. Het is hier ook zo dat wanneer de kinderen geen boeken of kleding hebben zij niet welkom zijn op school. Ook wordt de kinderen geleerd zuinig met alles te zijn, zodat de andere kinderen in het gezin er ook nog iets aan hebben. Alle boeken en kleding zien er dan ook smetteloos uit, geen vouwtje of krasje in een boek te bekennen en de witte blouses van de kids zijn witter dan wit en dat zonder wasmachine. Na het eten werden wij met de bentor van de buurman naar ons hotel in Medan gebracht. Een avontuur op zich, wat een gekkenhuis op straat! En dat alles op 1 bil. Want het bakkie waar wij met z’n tweeën in moesten zitten was niet berekend op onze dikke Europeanen billen. Met een blikken achterwerk kwamen wij zo’n drie kwartier later aan bij ons hotel. Masna die al die tijd achter ons op de scooter had gereden begeleidde ons naar binnen en pas toen zij tevreden was en wij onze tassen weer hadden hebben wij afscheid van haar genomen. Nu 1 nachtje slapen in het Swiss-Belin en dan om 4.30 uur worden wij weer opgehaald door Erwin, die ons naar de luchthaven van Medan, Kualanamu zal brengen.

Bai bai,

Fred & Nori

Een rondje Samosir

Het tweede deel van onze huwelijksreis zit er bijna op. Gisteren een heerlijke luierdag hier op Samosir gehad, met een geweldige massage van 2 Batak vrouwen, Tjee wat zijn die klein! Ik heb een foto gemaakt waarop zij naast Fred staan en dan komen zij wel tot aan zijn oksel….. Maar masseren kunnen zij! De venijnige vingers weten iedere spierknoop goed te vinden en los te maken. Daarna waren wij zo moe dat wij zelfs geen zin hadden om te eten (en dat wil wat zeggen), toch maar een soepje genomen, maar eigenlijk smaakte die niet, dus tandjes gepoetst en heerlijk ons bedje ingedoken. 

Vanmorgen zijn we na het ontbijt op pad gegaan met een chauffeur, die helaas geen woord Engels sprak. Na dat we al eerder kennis hadden gemaakt met de Karo Batak, zijn we vandaag naar de Toba  Batak gegaan. Batak is van oudsher een scheldwoord en betekent varkenseter, gegeven door de islamieten. Maar door de Batak overgenomen als een eretitel omdat zij trots zijn op hun afkomst en cultuur. Vroeger waren trouwens de Toba Batak notoire kannibalen. Als eerste zijn we naar het museum Huta Bolon in Simanindo gegaan, waar de traditionele Batakdansen werden opgevoerd. De dansen die vooral in het teken staan van gebeden voor de zonen en dochters, dat zij in goede gezondheid en in weelde mogen leven of dat de oogst goed is. De dansen zijn heel anders dan de dansen die wij kennen uit Java en Bali, deze zijn heel sereen en rustig, af en toe wat harder getrommel, maar daar blijft het dan ook bij. Na deze dansen zijn we naar Huta Siallagan ook wel bekend onder Ambarita gereden. Hier konden wij de 300 jaar oude stenen stoelen bewonderen waarop ooit serieuze dorpszaken werden besproken en rechtszaken werden gehouden. Mocht je het “geluk” hebben te werden veroordeeld dat werd je aan een megaliet gebonden en de armen en benen werden dan ingesmeerd met knoflook en peper voordat je werd onthoofd, ik denk dat dat te maken heeft met het kannibalisme wat toentertijd nog speelde. Het hok waar de veroordeelde kwam te zitten heet het schandblok. Na al dit geweld zijn we doorgereden naar Tomok, waar wij eerst hebben geluncht en daarna al lopend naar de graftombes van koning Sidabutar te gaan. Ook hier waren weer stenen stoelen te vinden met een voorstelling van de rechtspraak. Erg mooi om te zien! Daarna langs de vele souvenirs winkels teruggelopen tot dat wij bijna naar binnen werden getrokken door een dame die een paar woorden Nederlands sprak. Hier een magische staf van de Toba Batak gekocht (een tongkat malehat). Een staf die gebruikt wordt bij ceremonies en die meestal bestaat uit vijf dierlijke en menselijke figuren. Na heel wat onderhandelen konden wij er een mooie prijs uitslepen (waarschijnlijk heeft zij voor de rest van de dag de winkel gesloten omdat we toch nog teveel hebben betaald). Als laatste nog naar een uitkijkpunt hoog in de heuvels met een overzicht over Samsosir gegaan en toen weer terug naar het hotel. Lekker het zweet eraf douchen en daarna was het alweer tijd om te gaan eten. Wij zijn gezellig weer naar hetzelfde restaurant gegaan als eergisteravond, waar Mariana en haar man ons al blij verwelkomden. Wij kozen voor de babi pangang van de bbq, gado-gado en mie goreng, Bali-Bai erbij en wij hebben weer zitten smullen! De muziek van Mariana haar man, met zijn Batak liederen maakte de avond compleet. Morgen gaan we naar Medan en dan zit het er hier in Sumatra op. 

Groetjes,

Fred & Nori

van Berastagi naar het Tobameer

Gisteren een lange reisdag, met onderweg een aantal stops zodat wij regelmatig even de benen konden strekken. De eerste stop was bij een katholieke kerk, de Graha Bunda Maria Annai Velangkanni, in Medan. Een kerk opgezet door de Indiaase father James Bharataputra uit Madurai. Deze kerk is een belangrijk pelgrimsoord in Indonesië. Na de lunch bij Cindelaras in Sibolangit zijn we doorgereden naar Berastagi en daar hebben we de pagoda Taman Lumbini bezocht. Toch doet het dan een beetje raar aan, zo’n boedistische tempel in een overheersend moslim gebied met hier en daar wat katholieke kerken. Als laatste hebben we de Katholieke Gereja St. Fransiskus  Assisi bezocht. Een sober aandoende kerk, maar oh, zo mooi met het prachtige houtsnijwerk. Na deze bezichtiging doorgereden naar ons hotel het Kalang Ulu. Omdat we best moe waren, hebben we in het hotel gegeten en lagen we om 9 uur met de kippen op stok. 

Vanmorgen weer fris en fruitig opgestaan, lekker buiten ontbeten, ik natuurlijk weer met nasi en Fred met een omeletje ?. Na het ontbijt stond onze chauffeur Erwin ons alweer keurig op te wachten en toen de tassen waren ingeladen konden wij onze tocht naar het Tobameer vervolgen. Ook nu weer met een aantal stops onderweg. Eerst naar de Batak Karo in Dokan, een dorpje waar men de toeristen nog niet gewend is. Met handen en voeten en het kleine beetje Bahasa wat ik spreek lukte het toch om een hoop lol te hebben met een paar dames die buiten zaten. Daarna gestopt bij een groot grasveld waar men van de scouting aan het oefenen was voor de Onafhankelijkheidsdag op 17  augustus. Netjes opgesteld in rijen en aangevoerd door een fanatiek meisje werd het geheel gedrild. Toen wij daar stonden te fotograferen en te filmen, hadden wij binnen no time vele kinderen om ons heen die wel met ons op de foto wilde. De fantatieke aanvoerdster kwam zelfs in keurig Engels aan mij vragen of ze met me op de foto mocht. Nou dat mocht natuurlijk! Ook nog het Pematang Purba paleis bezocht. De veertiende en tevens laatste koning,  Radja Mogang werd in 1947 door de Nederlanders gedood bij de strijd om de onafhankelijkheid. Daarna is er geen koning meer geweest en staat het paleis leeg. Toen werd het tijd om naar de boot te gaan. Nog een klein half uurtje rijden en toen waren we in Parapat. Daar op de boot gestapt die ons naar Tabo Cottages in Tuktuk op Samosir heeft gebracht. Een prachtig complex waar wij het vast wel vier dagen uit kunnen houden. We zijn in ieder geval gestart met een heerlijk frisse gin-tonic voorzien van een borrelplankje bestaande uit tahoe/tempé, pinda’s, casave chips en andere lekkernijen. Na de douche naar de massage en daar weer alle knopen uit onze lijfjes laten kneden. Na de massage nog even wat gegeten en nu is het alweer tijd om te gaan slapen. Voor morgen even geen plannen, maar lekker luieren.

Groetjes,

Fred & Nori

Onverwacht een vol programma

Zoals gisteren al aangegeven, vanmorgen dus om zes uur op pad met de gids, Yoki.  In het donker gestart en voetje voor voetje omhoog de jungle in. Al gauw werd het lichter en konden wij de contouren van de bomen om ons heen ontwaren. Na ca. een half uurtje lopen kwamen wij de eerste orang-oetan tegen die net wakker was geworden en zijn nest had verlaten op zoek naar eten. Wat zijn  het toch een mooie dieren, zoals zij alles op hun gemak doen. Deze vond ons niet zo heel erg interessant en na even naar ons gekeken te hebben ging hij er al snel vandoor. Foto’s maken lukte op dat moment ook niet want daar was het nog te donker voor. Als het goed is staat ie wel op film, maar ook dat zal waarschijnlijk alleen maar een donkere schim zijn. Weer verder lopend, maande onze gids ons ineens heel stil te zijn want hij had de Thomas Leaf monkey gezien (geen idee hoe die in het Nederlands heet) en ja, hoor hoog in de bomen sprongen zij over ons heen. De gids vertelde dat deze aapjes niet slingeren van boom tot boom, maar naar de volgende boom springen en zich dan op een soort van goed geluk laten vallen, een tak pakken en dan weer verder gaan. Heel goed konden wij ook deze aapjes door de duisternis nog niet zien. Zoals het hier ineens donker is, is het ook ineens licht dus toen wij een stuk verder waren en door de gids gewezen werden op de Gibbon met de witte hand, konden wij deze goed zien. Weer verder kwamen wij nog een mannetjes orang-oetan tegen en deze liet zich door de gids verleiden om de banaan wat dichter bij ons op te komen halen. Op die manier konden wij hem goed op de foto zetten. Toch zagen we een duidelijk verschil met de dieren in Kalimantan. Hier zijn ze vele malen schuwer en laten zij zich niet heel makkelijk fotograferen. Toen wij na zo’n twee uur lopen verder niets meer zagen, hebben wij de terugtocht naar het resort weer aangevangen. Wij hadden het geluk nog een Gibbon en een aantal van de Thomas aapjes tegen te komen. Deze laatste liet zich ook verleiden om stukjes banaan bij ons te komen halen. De gids liet ons een stukje banaan omhoog houden naar de boom waarin de aapjes zaten en heel voorzichtig kwam er dan eentje naar beneden om heel zachtjes het stukje banaan van ons aan te nemen. Echt geweldig en wat een zacht handje hadden ze. Omdat wij op dat moment nog de enige gekken waren die zo vroeg op pad waren gegaan, hadden wij alle tijd en werden zeker niet onder de voet gelopen door de toeristen die wij op de terugweg vlakbij het resort tegenkwamen. Wat ons wel verbaasde is dat de meesten op pad gingen op Teva’s en korte broek terwijl er zo gezegd was dat niet te doen. Bij terugkomst bleek maar weer waarom het goed was dat wij die lange broek enz. aanhadden. Bij mij was er niets aan de hand, maar bij Fred was toch een bloedzuiger bezig zichzelf vol te lurken en een ander had, zagen wij nadat hij zijn sokken had uitgetrokken, zichzelf ook verrijkt met het bloed van Fred. Wij zijn dus erg benieuwd hoe die blote voeten mensen allemaal terugkomen. 

Na het ontbijt zijn wij ons zelf lekker gaan opfrissen en een tukje gaan doen, want wij waren best moe. Om 1 uur zijn we weer op pad gegaan omdat wij hadden gelezen dat er een weeshuis in de buurt was. Het was maar een klein stukje lopen en de Nederlandse eigenaresse, Saskia Landman en haar man, stonden ons daar uitgebreid te woord. Hoe het reilen en zeilen daar ging, hoe zij er zoal toe gekomen was om het weeshuis te beginnen en met hoeveel kinderen zij zijn begonnen. Een mooi verhaal en als jullie meer willen weten kijk dan eens op www.kindertehuisbukitlawang.com Wij hebben in ieder geval deelgenomen aan het spaarplan voor de rubberplantage, wat concreet inhoudt dat wij een rubberboom voor hen hebben gekocht. De bedoeling is dat er uiteindelijk een plantage ontstaat waarvan zij zichzelf en de kinderen kunnen onderhouden. 

Als laatste activiteit stond er nog een tour met de bentor door Bohorok op het programma. Rijdend langs de sawa’s kregen wij uitleg over de rijst die hier op Sumatra geplant wordt en wat toch een heel ander soort rijst schijnt te zijn dan de rijst op Java. Ook naar een tahoe fabriekje geweest, daar heerlijk verse en gebakken tahoe gegeten en ook de Gula Mereh fabriek ontbrak niet. Hier heet het Gula Mereh, ik ben opgegroeid met Gula Djawa, maar de naam verraad het al, die komt van Java. Het is dus een en hetzelfde product, het heeft alleen een andere naam. Ook langs een rivier waarin men aan het vissen was, lekkere verse kokosnoot gedronken. Daarna reden we over een smal weggetje naar een Sumatraanse familie met de bedoeling daar te gaan eten. Nou hadden we vooraf wel gehoord dat ik mocht helpen bij het koken, iets wat ik altijd erg leuk vind, maar het werd een heuse kookcursus. Superleuk!! En vooral heel erg lekker! Wat nog leuker was dat de gids die ons vanmorgen had rondgeleid door de jungle dit kookgebeuren met zijn ouders deed. Eerlijkheid gebied wel dat vader des huizes vooral voor de gezelligheid was en dat het geheel werd geleid door moeder en zoon (Yoki en Nur). Ik heb Ayam Semoor, aardappelkoekjes en een groentegerecht met wok groenten gemaakt samen met Nur. Fred heeft de aardappelen geschild, alles vastgelegd en opgegeten. Yoki had vooral de opdracht alles te vertalen. Zo had iedereen zijn taak. Na de geslaagde maaltijd die werd afgesloten met een heerlijk stuk verse ananas, kwamen de bentors ons weer ophalen en hebben zij ons weer terug naar het resort gebracht. Het was een onverwacht volle maar oh zo geslaagde dag. Morgen hoeven we niet zo heel vroeg op want wij worden pas om half 9 opgehaald.

Groetjes,

Fred & Nori

Van Sabang naar Bukit Lawang

Dit keer hoefden wij niet eens zo heel vroeg op. Rustig ontbijten en afscheid nemen van Freddie die ons een dikke knuffel gaf en een goede reis verder wenste….. Daarna de taxi in die alweer keurig op ons stond te wachten. Kort ritje naar luchthaven Maimun Saleh van Sabang en daar een super snelle incheck gehad bij een van de twee incheckbalies die de luchthaven rijk is. Het vliegtuig van Garuda arriveerde op de geplande tijd dus dat betekende dat wij ook op tijd konden vertrekken. 

Van de luchthaven van Medan, Kualanama, moesten wij nog zo’n vier uur rijden naar Bukit Lawang. De eerste kilometers ging dat over een behoorlijk goede tolweg, maar zodra wij van de tolweg af waren, begon het gehobbel en gebobbel. Fred die hier 30 jaar geleden al is geweest herkende in de eerste instantie niets, maar zodra wij op de provinciale weg waren herkende hij al veel en gaande de rit kwamen er steeds meer herinneringen naar boven. De rit was echt een belevenis op zich, ogen en oren kwamen wij te kort om alles om ons heen te bekijken. Een stop gemaakt op aanraden van onze chauffeur Erwin bij een vrachtwagen die de vruchten van de oliepalm stonden te laden om deze naar de fabriek te brengen, zodat deze tot palmolie verwerkt kan worden. Binnen no time stonden er mensen om ons heen die met ons op de foto wilde. Veel handjes schudden en high fives uitdelen, selfies maken met de meisjes die dat in keurig Engels aan ons vroegen en heel verbaasd waren dat wij een paar woorden Bahasa Indonesia spraken. Dat was nog eens leuk! 

Toen weer verder tussen de palmolieplantages en over de slechte weg. Wanneer je denkt dat er dan wel een snelheidslimiet geldt, heb je dat mooi mis! De chauffeur en de andere weggebruikers (brommertjes, bentors volgeladen met weet ik wat allemaal, vrachtwagens en auto’s) scheurden erover heen alsof zij met een wedstijd bezig waren, inhalen wanneer je denkt dat het niet kan, ook fout, ook dat gebeurde gewoon. Af en toe maar mijn ogen dicht gedaan en gehoopt op een goede afloop, dat dat is gelukt bewijst het feit dat ik nu dit verhaal aan het schrijven ben….. 

Aangekomen bij ecolodge Bukit Lawang, moest de chauffeur op een parkeerplaats zijn auto parkeren want hij kon niet verder. Wij moesten een hangbrug over om bij ons nieuwe onderkomen te komen. Daar eenmaal aangekomen, viel onze mond bijna open van verbazing! Wat een mooi stekje voor de komende 2 nachten, een heus hemelbed stond er op ons te wachten….. ook het restaurant zag er heel leuk uit en niet onbelangrijk wij konden er ook een biertje krijgen. Wij hebben dus ’s avonds heerlijk zitten smullen van sateetjes, gado-gado én een biertje! 

Morgenochtend mogen we weer eens vroeg op, met de gids afgesproken dat de wandeling door de jungle om op zoek te gaan naar de oerang-oetans al om zes uur gaat beginnen, want dan maken we het meeste kans om ze te zien. Lange broek, wandelschoenen en sokken over de broek zijn gewenst want door de vele regen die hier valt (het is tenslotte regenwoud) zijn de bloedzuigers hier erg wakker…… maar goed je moet er wat voor over hebben om de oerang-oetan in het wild te spotten want de voederplaatsen zijn hier zo’n 9 jaar geleden al opgeheven. 

Toen wij naar ons huisje terug wilde lopen kregen wij een heuse tropische bui op ons kop. In een paar minuten waren we werkelijk zeiknat, maar om nou een poncho te kopen voor die twee minuten en dat terwijl er een poncho in onze rugtas zit… nee, dan maar nat we zijn tenslotte echte Hollanders en wel aan een buitje gewend…… dus nu net lekker gedoucht en dan zo maar eens slapen in dat heerlijk uitziende hemelbed.


Selamat tidur,
Fred & Nori


Miljoenenjacht

Vandaag zijn we op stap gegaan met het miljoenenjacht van Andy. Nu denken jullie bij het woord miljoenenjacht natuurlijk aan een super de luxe schip, maar niets is minder waar. Het was een oud vrachtschip en de ligbedden aan boord waren zakken met rijst. Wij noemen het Miljoenenjacht omdat het om dit te huren 1.000.000 roepies voor een dag kostte…… is wel zo’n 60 euro ? Andy en z’n twee bemanningsleden hebben ons naar prachtige snorkelplekjes gebracht, te beginnen bij Iboih, waar we gisteren met de bentor ook waren geweest, maar nu konden we Yulia vanaf het water aanschouwen. Prachtig snorkelen was het daar! Zeekomkommers, zee-egels zo groot als een voetbal, prachtige vissen en dan ook nog eens van soorten die ik nog nooit had gezien. Op een gegeven moment kwam er  een “briesje” voorbij waaien van wat op het eerste oog prachtig bladeren van een boom waren, maar als je goed keek zag je dat het een school vissen was. Super mooi om te zien!! De tweede snorkelplek was pulau Rubiah, een plek waar Chinezen en Japanners ook leerden snorkelen. Alleen dat was al heel grappig om te zien en daardoor vergat ik bijna dat ik ook onder water moest kijken. Daar waren heel veel vissen te zien en een heuse speeltuin, waarvan ik eerst dacht dat die daar terecht was gekomen door de tsunami, maar later bleek dat die daar was neergezet voor de duikers, om de duikles wat spannender te maken. Ook een geraamte van een auto stond daar evenals een schommel waar de duikers dan gezellig op konden gaan zitten. Nadat we hier uit gesnorkeld waren, hebben we hier geluncht, weer met het bekende kopje thee, want we zitten nog steeds in moslimgebied, dus drank is er nog even niet bij.

Na de lunch zijn we naar Gapang gevaren om daar wederom te gaan snorkelen. Op de grote pier waren veel locals aan het vissen, dus Fred kreeg instructies waar hij wel en niet mocht gaan snorkelen. Ik ben lekker aan boord gebleven en heb het vanaf de bovenkant aanschouwt. Gelegen vlakbij een ponton kon ik door het heldere water ook vele vissen zien. Toen Fred terug kwam van het snorkelen bleek het nog niet zo makkelijk om op het ponton te komen. Hij moest als een soort van flipper met zijn flippers flapperen om zo vaart te krijgen en voldoende uit het water te komen en op het ponton te jumpen. Dat mislukte jammerlijk en de gehele bemanning van drie man moest er aan te pas komen om het ponton scheef te laten hangen, zodat Fred er makkelijker op kon komen. Dat gaf natuurlijk een en al hilariteit bij de mannen (en bij mij, al was ik stiekem wel blij dat ik het niet hoefde te doen). Nadat we een flink stuk watermeloen voor de dorst hadden gehad en er nog veel meloen over bleek hebben we de jongetjes, die eerder al een bekertje water van de bootsman hadden gehad, geroepen of zij ook meloen wilden. Nou dat lieten zij zich geen twee keer zeggen. Zij jumpten vanaf de hoge pier in het water en voor we het wisten waren zij naar ons toe gezwommen. Heerlijk lieten zij zich de meloen smaken en haalden daarna gekke kapriolen uit, wat ons weer mooie foto’s opleverde. Toen wij wegvoeren, werden wij breed lachend en onder een hoop thank you’s roepend uitgezwaaid. Als laatste zijn we naar de onderwater vulkaan gevaren (boiling mud) daar borrelde het water vanuit een breuk in de aardkorst op naar boven. De lucht rook naar rottende eieren en onder water hoorde je ook echt het geluid van een geiser. We hebben foto’s gemaakt, maar het is nog even afwachten of het wel over komt wanneer wij ze op het scherm zien. Toch was er vandaag ook nog even een serieus moment toen Fred vroeg of Andy ten tijden van de tsunami hier iets van mee had gekregen. Andy vertelde dat hij toen 34 jaar was en zijn eerste kind (een dochter van 11 maanden, dat hij met haar op het strand was en dat hij uiteindelijk met haar in de armen heeft moeten rennen voor zijn leven. Gelukkig hebben beiden het er goed vanaf gebracht. Ook vertelde hij dat hij na een week maar Banda Atjeh ging, op dat moment de zee gewoon normaal was, dat hij wel de verhalen had gehoord van de puinhopen en weggeslagen huizen, maar dat hij er toen een beetje om gelachen heeft en tegen zijn vriend gezegd heeft die zei dat zijn huis weg was, dat hij niet zo raar moest doen omdat hij zes meter boven zeeniveau woonde , maar dat toen hij in de haven kwam hij zijn ogen niet kon geloven. dat hij daar met knikkende knieën van schrik heeft gestaan…….. waar ooit huizen waren, was nu een kale vlakte vol met puin. Later ging hij op zoek naar zijn broer om te kijken of met hem alles goed was en die vertelde dat hij normaal altijd ging joggen op de plek die nu totaal was weggeslagen, maar dat hij die ochtend geen zin had en in zijn bed is blijven liggen, dat die luiheid eigenlijk zijn leven had gered. Aan het eind vertelde hij ook nog dat hij en vele andere moslims denken dat de oorlog die er altijd in Banda Atjeh tegen de rest van Indonesië heerste er toe bij heeft gedragen dat God dit gedoe zo zat was en heeft ingegrepen. Na de tsunami is er dan ook in 2005 een vredesakkoord getekend waarin men moest beloven om liever voor elkaar te zijn. De moslims zien de tsunami als een teken van God. Indrukwekkend wanneer je zo’n verhaal hoort. Wij hebben stil naar hem zitten luisteren…….

Na deze prachtige dag heeft Andy ons weer in de haven afgeleverd waar een bentor (een roze) op ons stond te wachten en die ons weer bij het hotel heeft afgeleverd. Atjeh zit er bijna voor ons op, want morgen verlaten we deze streek om verder te gaan op Sumatra…..

Liefs,

Fred & Nori


Pulau Weh/Sabang

Na twee dagen luieren, een beetje zwemmen en snorkelen, hebben we vandaag maar weer eens wat ondernomen en hebben we een bentor (combinatie van betjak en motor) gehuurd. Het ziet eruit als een motor met een vierkant gevaarte eraan gelast waarin vier personen plaats kunnen nemen. Onze chauffeur Leman heeft ons naar het westelijkste puntje van het eiland gebracht en ons uitgelegd dat Weh weggaan betekent en dat die naam is ontstaan omdat men dit letterlijk het einde van de wereld vond. Indonesiërs gebruiken de administratieve naam: Sabang, dus twee namen voor hetzelfde eiland. Het ritje naar kilometer nul was zo’n 30 kilometer vanaf onze cottage bij “Freddies, Santai Sumur Tiga” en voerde ons langs bananen en tabaksplantages die in vroeger tijden rubber- en palmolieplantages zijn geweest. Bij kilometer nol (nul) stond een foeilelijk monument, waarvan het bijna knap te noemen is dat men zoiets lelijks kan bedenken. Natuurlijk hebben we hier foto’s gemaakt en zijn we zoals een goed toerist betaamd ook in de 0 gaan zitten voor de foto. Hierna zijn we naar het andere bekende strand, Iboih, gereden (wij zitten namelijk zelf ook aan een van de bekende stranden). Daar zijn we naar het allerlaatste resort gelopen, Yulia, en daar is Fred vanaf de steiger het heldere water ingedoken op zoek naar visjes……. Zelf ben ik heerlijk met een kopje thee bij de spullen gebleven en heb ik me op de kant prima vermaakt. De reden dat ik niet ben gaan snorkelen is omdat we bij aankomst te horen kregen dat er maar een uurtje gesnorkeld mocht worden i.v.m. het vrijdagmiddag gebed, dus leek het mij beter om de boel niet te provoceren en gewoon niet te gaan snorkelen. Dat leverde een gezellig uurtje met de eigenaren op, die het wel konden waarderen dat ik niet ging zwemmen. Fred was keurig op tijd weer aan de kant en omgekleed, dus hebben wij heerlijk geluncht met een bananenmilkshake erbij. Na dit alles weer terug gelopen naar onze Leman die keurig op ons stond te wachten. Onderweg terug naar de cottage brak de ketting van het ding, wat Leman vakkundig met wat ijzerdraad weer gerepareerd heeft. Aan zijn handelingen te zien, had hij vaker met dat bijltje gehakt. Aan het eind van de dag nog een heerlijke massage van Ida gehad en ons lijf voelde daarna weer als nieuw. Nog een klein tukje en toen zijn we gaan eten. Lekker een frisse gin-tonic erbij, jumjum, het leven is goed!


Bai bai en groetjes,

Fred & Nori