Fred & Nori in Thailand

2-daagse trekking door Toraja

Het is tijd voor onze 2-daagse trekking door Torajaland. Nori is nog steeds niet opperbest, maar opgeven is voor haar geen optie.

Op dag 1 van de trekking vertrekken we met Antons busje om 9 uur naar het beginpunt van de wandeling. We worden afgezet in het plaatsje Ke’pe. Het dorp is hooggelegen in de bergen op circa 1.300 meter. We nemen afscheid van Anton en gaan op pad. De wandeling voert ons dwars door de prachtige bergen met mooie vergezichten op rijstvelden en op Rantepao. Al snel verlaten we de echte bewoonde wereld en passeren we authentieke Toraja-dorpjes. We boffen met het weer, de lucht kleurt prachtig blauw en het is helder. Volgens Petrus, onze gids, komt dat echt niet altijd voor. Nu maar hopen dat het zo blijft want tot nog toe zijn we nog elke middag getrakteerd op een forse tropische bui, niet erg als je lekker in de auto zit, maar tijdens de trekking is dat echt geen pretje, zeker niet als je de dag daarna je natte kleren weer aan moet doen. Want veel hebben we niet bij ons, alles zit gepropt in ons dag rugzakje en dan moeten ook nog de nodige liters water meegezeuld worden.

Onderweg zwaaien kinderen naar ons en lopen achter ons aan, anderen zijn verlegen en kruipen als we langskomen onder moeders rokken weg. Na anderhalf uur lopen stoppen we even in een dorpje en krijgen we een kopje thee aangeboden. We vervolgens onze trip al klimmend door de bossen. Rond lunchtijd stopt Petrus midden in een bos en nemen we plaats op een aantal omgehakte boomstammen. Uit zijn rugtas tovert hij de lunchboxjes met daarin een Nasi Goring Speciaal, speciaal omdat er een omeletje bij zit en een stukje kip. Het bakkie is nog lauwwarm maar juist dat baart ons zorgen want bacteriën hebben zich al een aantal uren heerlijk kunnen nestelen in het eten. Hoe goed bedoeld ook, we beperken ons tot het eten van wat rijst en geven na afloop de restanten aan een aantal jongetjes die ons toevallig passeren.

We vervolgen onze trekking en dalen nu eens een stukje af. Na de kritische klok van 3 uur, het tijdstip waarop de vorige dagen de tropische buien losbarstten, concluderen we voorzichtig dat we mogelijkerwijs vandaag droog overkomen. Petrus heeft inmiddels contact gehad met een dorp waar sprake zou zijn van een overledene. Als we het dorpje bereiken worden we hartelijk ontvangen door de familie die hier vanuit Makassar is neergestreken om de voorbereidingen te treffen voor de begrafenis. We worden onthaald met een warm kopje thee. De voorbereidingen voor de begrafenis zijn in volle gang. Dat wordt vooral duidelijk door de bouw van de gastenverblijven en de receptie met bamboepalen. Even later wordt het ons duidelijk dat niet één maar twee familieleden overleden zijn. In januari jl. is opa van over de honderd overleden en drie maanden geleden de dochter, Martha, op 60-jarige leeftijd. Vader en dochter zullen na de oogst in september gezamenlijk worden begraven.  De draagberrie van bamboe is een replica van de tongkonan, het traditionele Torajahuis, voor deze gelegenheid in twee verdiepingen verbouwd voor opa en Martha.

De broer van Martha vraagt ons op een gegeven moment of wij de overledenen willen zien. In deze fase beschouwen de Toraja ’s de overledene nog niet als dood. In afwachting op de begrafenis, die dus soms pas na maanden en zelfs na jaren wordt georganiseerd (om fondsen te verwerven voor het houden van de plechtigheid en het kopen van zoveel mogelijk buffels en varkens om deze te slachten tijdens de plechtigheid) rust de overledene tussen de zijnen in de tongkonan. Nadat het lichaam is gebalsemd, wordt het behandeld als een zieke: het wordt verzorgd, men brengt eten en praat ermee met het grootste respect. Pas na de begrafenisplechtigheid wordt de persoon beschouwd als overleden. Vandaar dat het een hele eer voor de familie is, en zelfs respectvol, als we de in onze ogen dode persoon vereren met een bezoek. We klimmen het smalle trapje op van de tongkonan en via kleine kamertjes komen we in de achterruimte waar de kist staat. Het deksel wordt van de kist gehaald en daar ligt opa, gebalsemd en al, zijn gouden brilletje op zijn neus. Door het balsemen en het feit dat hij hier al een half jaar ligt is hij inmiddels zwart geworden. Eng is het zeker niet, je voelt op dat moment dat je je verplaatst in de wel zeer bijzondere dodencultuur van de Toraja ‘s. Aan de wand hangt een foto van opa. Trots vertellen de familieleden over hun overleden vader. We kunnen er nauwelijks iets van begrijpen, één ding is zeker, ze zijn heel trots om ons opa te tonen. Petrus is achter gebleven. Hij vindt het zien van een dode naar. Raar als je bedenkt dat hij ook een Torajaman is en dus volledig is opgegroeid met de dodencultuur.

Na opa goedendag gewenst te hebben en ik help om de deksel weer op de kist te leggen, denken we dat het zo wel voldoende is. Maar nee hoor, we worden bijna meegesleurd naar de naastliggende tongkonan waar Martha ligt. Hier voltrekt zich hetzelfde ritueel, alleen ziet Martha er nog iets menselijker eruit, het is dan ook nog maar 3 maanden geleden!

Heel bijzonder om dit mee te maken. We hebben nu alle aspecten van de dodencultuur van de Toraja ‘s gezien. We nemen afscheid van de familie en vervolgen onze weg.

Na 6 uur lopen komen we omstreeks half 4 aan bij ons overnachtingsadresje, zoals Petrus zegt: Hotel Californië. We slapen in een origineel Toraja-dorp met een aantal tongkonans en rijstsschuurtjes. In één van de tongkonans slapen we. Nori is heel moe, voor haar waren de inspanningen met koorts veel zwaarder. Het lijkt mij verstandig dat ze rust neemt. In het achterste vertrek, iets verhoogd ten opzichte van het middengedeelte, is een klein deurtje met een gordijntje. Daarachter is een kamertje met twee matrassen, kussentjes en dekens. Nori gaat lekker slapen. Op het platform van de rijstschuur neem ik een Bintang en neem deze bijzondere dag nog eens door met Jolanda, Tonny en Petrus. Petrus gaat samen met de familie het avondeten voorbereiden. Om 6 uur wordt het avondeten geserveerd aan een lange tafel in de keuken. Het traditionele eten bestaat weer uit rijst, sperziebonen, kip in een kokossaus met aardappelen en gekookte kip in kokos en bamboe. Nori heeft zich weer aangesloten bij de ploeg. We eten zeer bescheidden, het vlees wordt nu eenmaal niet zo bereid zoals wij dat gewend zijn en dan met al die bloederige taferelen van de laatste dagen …….

Het is inmiddels pikkedonker geworden en eigenlijk rest ons niets anders dan met de kippen op stok te gaan. Voor Nori is het ook goed om eens lekker lang te slapen dus om half 8 sluiten we onze oogjes.

’s Nachts hoeven we er gelukkig maar een keer uit om te plassen. Dat is een hele onderneming, dus we hebben afgesproken met elkaar om daar een gezamenlijk uitje van te maken. In het pikkedonker met een zaklamp door de slaapruimte van Jolanda en Tonny, met zijn piepende tussendeurtjes, het zeer smalle trapje af, het hoekje om van de tongkonan en dan langs het huis net totdat je zo’n beetje 300 meter naar beneden stort moet je rechts afslaan om af te dalen naar het toilethuisje. De sterrenhemel lacht ons wel toe.

’s Morgens worden we vroeg wakker. Om 5 uur staat iemand met bamboestokken de rijst te pletten, iemand staat te zagen, een ander staat met een kettingzaag het oerwoud om te hakken en dan heb ik het nog maar niet over de talloze kinderen die wel héééél wakker zijn. We besluiten om uit bed te kruipen na een best goede nachtrust. Nori voelt zich aanzienlijk beter. We kleden ons aan en besluiten door het dorpje te lopen om te kijken wat daar zoal ’s ochtends gebeurt. We horen een hoop gegil en ja hoor, even verder op worden 2 varkens geslacht. Als we het tafereel naderen worden we warm onthaald door lachende locals die druk in de weer zijn om met branders de haren van de varkens te verwijderen. Reden van dit ritueel, een meisje in het dorp is één jaar geworden. Ja, zo kan ik ook honderden redenen verzinnen om de gehele dierenstal uit te moorden. Even later liggen de varkens in mootjes en is het slagveld weer compleet. Ook goedemorgen. Tijd voor een lekker ontbijt met varkens……, uh nee, versgebakken pancakes. Petrus staat met een schort in de keuken waar in het Nederlands geschreven staat “Ik ben een kampioen in de keuken”. Op zijn hoofd heeft hij een soort bivakmuts, skimuts getrokken, tja, het is immers nog freezing buiten, zo’n 18 graden, brrr.

Het flensje smaakt overheerlijk. Om half 9 vertrekken we voor de laatste 4,5 uurtjes van deze trekking. Het weer is wederom uitstekend, alleen de vochtigheidsgraad is beduidend hoger vandaag dus dat betekent meer zweten. We passeren weer leuke dorpjes, de kinderen zijn hier overwegend heel verlegen. Als we naar ze toe lopen of een foto willen maken schieten ze weg. Als we dan vervolgens doorlopen rennen ze achter ons aan al luid schreeuwend. Helden op blote voetjes. In een dorpje rusten we weer even op het platform van een rijstschuurtje. Ik neem plaats naast een oude man. Hij begint hele verhalen af te steken tegen me. Met de vertaling van Petrus kan ik iets ervan volgen. In ieder geval blijkt hij 85 jaar te zijn. Het zijn prachtige mensen, goedlachs, soms met drie tanden nog in hun mond, soms nog maar één. Het mooiste plaatje is een wel heel fragiel oud vrouwtje met nog één tandje en enorme flaporen, maar wel een prachtige lach.

Het laatste stuk gaat heel steil naar beneden. Er wordt een behoorlijke aanslag gepleegd op onze knietjes, kuiten en enkels die nu toch wel vermoeidheidsverschijnselen gaan vertonen. Na 4,5 uur lopen komen we aan in het dorpje Sale, waar Anton ons met het busje staat op te wachten. We vleien ons neer op de achterbank. Nori heeft het toch maar mooi geflikt ondanks haar influenza. Ze ziet nu al weer gretig uit naar een volgende trekking J.

Onderweg geluncht en dan snel naar het hotel om en warme douche te nemen. We verblijven in hetzelfde hotel, Indra Toraja, krijgen weer een tamarinde als welkomstdrankje en dezelfde kamernummer 210. Even uitrusten, de site bijschrijven en dan straks nog even wat gaan eten. Morgen wacht ons een lange rit van Zuid-Sulawesi naar Centraal-Sulawesi.

Tot morgen, liefs Nori & Fred

Reacties

Reacties

Nel

Heerlijk om alles te lezen, ik sla soms een stukje over vooral als het om dieren gaat, maar verder lees ik alles, en fijn Nori dat het beter gaat.

Ella

Geweldig om weer even mee te reizen!
Wij hebben ook een dode man (in pak met bril op) de laatste eer mogen bewijzen. Een heel bijzondere ervaring.
Wij reisden van noord naar zuid Sulawesi, De boottocht was een hele belevenis. Maar misschien hebben jullie privé-vervoer? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.

Ank en Lucas

Wat een geweldig avontuur. Voor morgen een hele goede reis gewenst!

Groetjes.

Linda

Fred en Nori jullie kunnen altijd nog schrijver worden geweldig maar dan wel van reisverslagen????????????????????

Christine

Weer heel wat indrukken van het land gekregen
Ik ga morgen gewoon weer naar de AH lijkt me een stuk veiliger
Goede reis verder

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!