Rantepao en omgeving
Allereerst allemaal heel hartelijk dank voor de beterschapswensen! Dat doet altijd goed! Het gaat gelukkig weer een stukje beter, al zijn we wel zo verstandig geweest, vandaag zwaarder geschut in te zetten. Nori is begonnen met een antibioticakuur en die schijnt aan te slaan.
En Ella, maak je niet ongerust, er komen nog rustige dagen genoeg aan, op de Togian-eilanden en op de Bunaken. Maar mediteren, brrrrrrr……………………… we moeten er niet aan denken!!!!! En gelukkig dat jullie allemaal al gegeten hadden na die smakelijke verhalen van gisteren.
Zoals gezegd hebben we vanochtend eerst maatregelen genomen om Nori’s gezondheid te verbeteren. Nadat ik constateerde dat zij nog steeds koorts had leek het mij verstandig om een apotheek te raadplegen en eventueel een antibioticakuur in te zetten. Zo geschiedde, een aantal paardenmiddelen zijn ingezet hoewel je hier beter kunt spreken van buffelmiddelen. Binnen een paar uur verbeterde Nori’s gesteldheid.
Vandaag stond opnieuw een dagje Torajaland op het programma. Na de schitterende dag van gisteren met zijn ceremonieën en bezoeken aan de rots graven van Sangalla en de hangende graven van Suaya vielen we even na negen uur met onze neus al in de boter. Bij het bezoeken van het traditionele Toraja-dorp Ke’te Kesu belandden we midden in een bruiloft. Een geluk bij een ongeluk want we zouden dit dorp oorspronkelijk gisteren bezoeken maar dat viel letterlijk in het water door de tropische stortbui op dat moment. Iedereen had zich op z’n paasbest in traditionele kleding opgedoft. De bruid was gekleed in een lange witte jurk, vergelijkbaar met Nederland maar daar houdt dan ook elke vergelijking mee op. Erg leuk om te zien. Achter het dorp is een aantal hangende graven te vinden. Overledenen worden in een mooi bewerkte houten kist begraven tegen de rotswand aan. Na jaren vergaat de lijkkist en storten de menselijke resten naar beneden. Her en der liggen dan ook skeletkopjes en botten verspreid. Tegenwoordig wordt niet iedereen meer op deze wijze begraven. Een aantal families kiest ervoor om in het Torajahuis de overledenen te begraven in een soort groot biervat (sorry ik kan het niet anders uitleggen). In zo’n grote ton kunnen dan wel 50 familieleden begraven worden.
Na het bezoek aan Ke’te Kesu zijn we gereden naar de graven van Lemo. Prachtig gelegen in een dal met rijstvelden. De tau-tau poppen hier zijn overwegend replica’s, alleen op de bovenste galerij zijn nog originele poppen te vinden. Overledenen worden dus in de rotswanden begraven en voor het gat wordt een pop geplaatst die lijkt op de overledene en het graf bewaakt. In de jaren 70 en 80 ontstond een handel in deze poppen wat ertoe leidde dat de meeste poppen zijn gestolen. Als reactie hierop haalden de familieleden de nog niet gestolen poppen weg om diefstal te voorkomen. Aangezien dit een negatief effect had op het toerisme besloot de regionale overheid replica’s te plaatsen. Nog steeds zie je nu lege plekken waar ooit eens een originele tau-tau heeft gestaan.
Bij een kunstenaarswinkeltje van tau-tau poppen hebben we een prachtige tau-tau kop gekocht van een oma, gemaakt van jackfruit. Daar zijn we heel blij mee.
Vervolgens teruggereden naar Rantepao voor een bezoek aan de buffelmarkt. Ook nu hebben we weer geluk want volgens ons draaiboek vindt deze markt nog maar 2x per week plaats, waaronder dus op zaterdag. Fascinerend om te zien hoe honderden buffels in de volle zon in een soort rad geplaatst verhandeld worden. De duurste buffel is de albinobuffel en die moet zo’n 50 miljoen rupies opbrengen (circa 3.500 euro). De beesten worden nog engszins redelijk behandeld, regelmatig staat een jongetje met een tuinslang het beestenspul af te sproeien. Dat kan niet worden gezegd van de varkens even verder op. Luid krijsend liggen deze op houten latjes vastgesnoerd alsof ze al als satéstokjes geregen zijn. Hun lot is duidelijk.
Na het bezoek aan de beestenmarkt de groentemarkt bezocht. Die zag er veel vrolijker uit en daar rook het ook aangenamer, allerlei kruiden, specerijen, zwarte koffiebonen en een ieder wilde weer op de foto.
Langzamerhand werd het tijd om te lunchen. Dat deden we hoog in de bergen, op een aangename 1.300 meter hoogte in Batututomonga met prachtige vergezichten op de bergen en de rijstterrassen. Op de terugweg betrok het al snel en even later barstte de inmiddels bekende tropische bui in de namiddag los. Om half 5 kwamen we weer aan bij het hotel en kregen we een korte briefing van Petrus over de tweedaagse trekking die we morgenochtend starten. Daarbij zullen we op plekken komen die normaliter niet worden aangedaan door toeristen (al zijn de hoeveelheden toeristen sowieso op 2 handen te tellen) en zullen we overnachten bij mensen thuis. Spannend! Jullie horen zo mogelijk morgen weer van ons, geen garantie, want mogelijk hebben we geen elektriciteit, geen wifi, maar ook geen water. Even terug naar af.
Liefs,
Nori & Fred
Een dag vol rituelen bij de Toraja
Vandaag was het Bloody Friday. Overdreven, nee zeker niet, waarom, daar kom ik zo op terug. Nori heeft zich als een bikkel door het dagprogramma heengeslagen. Gelukkig kan ze alles meemaken en ervan genieten, maar ’s avonds moet ze daar toch de tol voor betalen. Bij terugkomst om half 4 vanmiddag bleek dat ze koorts had, dus weer meteen onder de wol om zoveel mogelijk rust te nemen.
Maar wat voor een dag hadden we vandaag, vol bloedige Toraja-ceremonieën. Waar dat mij 26 jaar geleden niet gelukt is hebben we dat vandaag in één dag voor de kiezen gekregen.
We konden weer eens uitslapen. Na het ontbijt van 8 uur vertrokken we met chauffeur Anton en gids Petrus. Petrus had inmiddels geïnformeerd naar de mogelijkheden om een ceremonie bij te wonen, met name het bijwonen van een begrafenis ceremonie van de Toraja ’s staat op het verlanglijstje van menig toerist.
Petrus wist ons eerst binnen te lozen bij een thanksgiving ceremonie, een happy ceremonie waarbij alles in het leven wordt gevierd, van geboorte, tot huwelijk en andere bijzondere gedenkwaardige zaken in het leven. Nu moet je daar iets anders bij voorstellen dan een doorsnee Nederlands familiefeestje. De Toraja ‘s (mensen van de bergen) wonen in traditionele huizen van hout (tongkonan) die prachtig bewerkt zijn en daken hebben in de vorm van buffelhoorns. Buffels zijn het belangrijkste statussymbool. Hoe meer buffelhoorns op het huis, hoe hoger de status van de familie. Het traditionele geloof van de Toraja heet Aluk to Dolo, oftewel voorouderverering. Men “leeft voor de dood”, de dood is het mooiste moment in het leven. Vandaar dat de kleurrijke begrafenis ceremonieën vaak dagen duren. Hele dorpen komen op bezoek en bieden buffels en varkens aan die ter plekke worden geslacht om een feestmaal voor alle gasten te verzorgen. Wil je dit meemaken dan heb je dus wel een sterke maag nodig!
Als opwarmertje hebben we dus eerst een thanksgiving ceremonie meegemaakt. Het valt moeilijk te beschrijven wat we allemaal gezien (en geroken) hebben, je moet zoiets met eigen ogen zien. In ieder geval werden tientallen nog levende varkens aangevoerd in een soort draagbaar van bamboe met soms wat rijsthalmen in de mond en de kop door een gat. Bij tientallen werden ze aangevoerd in kleine vrachtwagentjes. Ter gelegenheid van zo’n ceremonie worden enkele honderden varkens geofferd. Het geheel gaat gepaard met traditionele dansen van vrouwen en mannen, muziek uit oorverdovende grote boxen en een luid gillende ceremoniemeester. Het geheel wordt onder speciaal gebouwde bamboe-veranda’s gadegeslagen door families, buren, kennissen en toeristen. Het is de bedoeling dat iedere gast een geschenk meeneemt, het liefst een varken, tja dat is voor ons als toeristen een beetje lastig dus dat werden een aantal tonnen rupies. Al snel vielen we letterlijk en figuurlijk met ons neus in stukken opengereten varkensvlees, koppen en noem maar op. Marianne Thieme kan hier hart ophalen. Heel gezellig allemaal. Daarbij vergeleken is ons barbecuefeestje maar een saaie boel.
Na van dit alles heerlijk genoten te hebben, hebben we de plaats des onheils verlaten om in een ander dorpje een heuse begrafenisceremonie mee te maken, althans een onderdeel daarvan. Deze begrafenis duurt 3 dagen en wij vielen binnen op dag 2. Inmiddels zijn al tientallen buffels geofferd en liggen alle koppen, lichaamsdelen en organen her en der heerlijk verspreid over het terrein en vloeit een overheerlijke stroom van bloed de heuvels af. De dode betreft in dit geval oma van 95 jaar die 3 maanden geleden overleden is. Dat is relatief kort want soms worden de doden pas na jaren begraven, als er voldoende buffels en varkens verzameld zijn om geofferd te worden. Immers des te meer offers, met name van buffels, des te hoger het aanzien van de familie. Ook hier gaan er enkele honderden beesten deze dagen eraan. Toen ik hier 26 jaar gelden was heb ik alleen de voorbereidingen van een begrafenis meegemaakt. Dat betekende dat een geheel dorp gebouwd werd van bamboe dat na de begrafenis wordt afgebroken dan wel in de fik wordt gestoken. Toen waren we ook op bezoek bij de familie en dronken in het Toraja-huis gezellig een kopje thee met als salontafel de gemummificeerde oma die toen al 5 jaar dood was! Hebben jullie ooit zo’n gezellig theekransje meegemaakt?
Ook nu was het de bedoeling dat we een buffel zouden meenemen als geschenk. Bij gebrek aan beter werd dat een slof sigaretten. We werden uitgenodigd om een kopje thee te drinken bij de familie, in dit geval de dochter van de overledene. Na een gezellig onderonsje van groot stilzwijgen, want tja wat valt er te bespreken in zo’n setting zonder beheersing van de taal, hebben we de familie gecondoleerd en zijn we stilletjes vertrokken, onder de indruk van wat we allemaal gezien en geroken hebben. O ja, op een gegeven moment waren een aantal mannen met grote brandblussers gezellig een varken aan het opwarmen om het vel te stropen. Vies praatje, maar af en toe zwelt het vel dan op en gaat af als vuurwerk.
Inmiddels hoop ik dat jullie allemaal al gegeten hebben. Wij moesten dat daarna namelijk nog wel doen. Vervolgens stond een bezoek op het programma aan de rots graven van de Toraja ‘s. Na de begrafenisceremonie wordt de overledene begraven in een rotswand en wordt een pop vervaardigd die lijkt op de overledene. Deze pop, een tau-tau, wordt vervolgens op een soort balkonnetje geplaatst op de rotswand naast alle andere tau-tau’ s. Het bijzondere voor mij was dat ik dezelfde poppen van 26 jaar geleden nu opnieuw kon aanschouwen, alleen 26 jaar ouder, verweerd, ontdaan van de verf, heel bijzonder. In een grot hebben we vervolgens een kijkje kunnen nemen van de graven. Deze zijn soms zo oud, dat de kisten zijn weggerot en skeletonderdelen her en der verspreid liggen. Heel bijzonder.
Na deze vrolijke ochtend werd het tijd om te gaan lunchen. Dat deden we in een traditioneel dorp onder een rijstschuurtje. Eerst pompoensoep, lekker, vervolgens witte en zwarte rijst, oké, sperzieboontjes, koud, gaat wel, en stukjes varkenslel- en drel en kip in bamboe gekookt, na vanochtend: jakkie! Nori en ik hebben ons beperkt tot soep, rijst en een enkele sperzieboon.
Na de lunch wilden we nog een traditioneel dorpje bezoeken maar inmiddels wilden de tropen even laten zien en horen wat het is om daar te verblijven, m.a.w. in no time barste een enorme tropische bui los en kwamen we tot de conclusie dat het tijd werd om terug te keren naar het hotel.
Op de hotelkamer aangekomen bleek Nori toch wel hoge koorts te hebben, dus meteen onder de wol. Om half 8 heeft ze een poging gedaan om iets in het restaurant van het hotel te eten en dat is bij mate gelukt. Nu ik dit tik ligt ze weer heerlijk rustig te slapen, opnieuw in de hoop dat het morgen weer wat beter gaat.
Voor nu, slaapze en tot morgen, liefs Nori & Fred.
Van Sengkang naar Rantepao
Ik zal maar meteen met de eerste teleurstelling in huis vallen, ik schrijf ook vandaag het verhaal. Het ging weliswaar iets beter vandaag met Nori maar de lange, slingerende, bergachtige rit naar Tana Toraja heeft Nori uiteindelijk toch weer de das omgedaan, zodat ze direct na aankomst in Rantepao het bed is ingedoken.
Vanochtend om 06.15 uur opgestaan. Na het ontbijt werden we om half 9 door onze gids Musli opgewacht. Gelopen naar de ‘kade’ tegenover het BBC Hotel in Sengkang waar onze kleine gemotoriseerde kano’s (prauw) op ons lagen te wachten voor een boottrip van circa 2 uur over het Tempemeer (Danau Tempe). Nori en ik hadden onze eigen kano. De boottocht voer ons langs de oevers van Sengkang met zijn Buginese paalwoningen. ’s Ochtends is het relatief druk langs de oevers, mensen wassen zich of hun kleding, kinderen spelen rondom de huizen en vissers varen uit om op het Tempemeer hun netten uit te gooien. Prachtig gezicht met dat vroege zonnige ochtendlicht en de zware wolkenpartijen tegen de bergen.
Het Tempemeer is een depressie die onderloopt in de regentijd (van april tot en met juli). In de maand mei bereikt het meer zijn grootste omvang van circa 35.000 ha. Tijdens en vlak na de regentijd stijgt het waterpeil flink (9,5 meter) en lopen stukken bouwland onder. Na de maand mei loopt de waterstand langzaam maar zeker terug en worden de drooggevallen (vruchtbare) gronden weer bebouwd. In de droge tijd staat het water niet veel hoger dan 1 meter en de totale oppervlakte is dan gereduceerd tot zo’n 1.000 ha. De vissers uit Sengkang slaan hun slag op het productieve meer in hun kleine gemotoriseerde kano’s. Het meer wordt gekarakteriseerd door de vele waterplanten. De recentelijk ingevoerde waterhyacinten bloeien juist nu volop en zijn herkenbaar aan hun lila bloemetjes. Daar heeft men nu spijt van want de waterhyacinten vormen in grote hoeveelheden een bedreiging voor de visvangst doordat zij de zuurstofconcentratie verminderen en het proces van sedimentatie versnellen. Dit proces zal uiteindelijk leiden tot het geheel verdwijnen van het meer. Musli weet ons echter te vertellen dat de centrale overheid een baggerproject zal opstarten om het meer te behouden.
De tocht over het water, dwars door de drijvende waterhyacintvelden is prachtig. Tientallen vissers wonen in drijvende huizen (rumah terapung) op het meer. Zodra de vis plek onvoldoende opbrengt verhuizen de vissers hun huis naar een andere vis plek. Bij een van die drijvende huizen stoppen wij voor een theepauze. We worden vriendelijk onthaald door de vissersfamilie. De vrouw staat in een wel zeer eenvoudig keukentje voor ons banaan te bakken (pisang goreng). We krijgen er een kopje thee bij, heerlijk. Inmiddels zie ik uit mijn linkerooghoek onze kano zich van het drijvende huis verwijderen. Nori stelt me nog gerust dat ze heeft gezien dat de boot is vastgelegd met een touw maar een paar seconden later zie ik het bootje met onze rugzakken toch echt wegdrijven. Toen wij onze bootsman (die zichzelf met zijn nagenoeg tandeloze mond grijnzend voorstelde als zijnde professor doctor) daarop attendeerde barstte hij in lachen uit en ging met de kano van Tonny en Jolanda achter onze kano aan. Komisch gezicht.
Op het voordek van het drijvende huis lagen de visjes te drogen. Daar is ook een soort toilet gebouwd. Dat is niet meer dan een half wandje om enige privacy te krijgen en een gat om alles weg te spoelen in het meer.
Na afscheid genomen te hebben van de familie zijn we weer teruggevaren naar Sengkang. Daar stond onze chauffeur Mr. Anton ons al weer met het busje op te wachten.
Naast het Tempemeer is de belangrijkste trekpleister van het Buginese stadje Sengkang de zijde(thuis)-industrie. We hebben één van de thuisweverijen bezocht en gezien hoe daar het Buginese textiel vervaardigd wordt onder niet-ARBO-waardige omstandigheden. Daarna werd het toch echt tijd om de lange rit naar Torajaland te starten. Via het bergachtige Enrekang gebied bereiken we na ruim 6,5 uur rijden Rantepao. De rit duurde langer vanwege de tropische plensbui die we onderweg te verwerken kregen en in no time zorgde voor ondergelopen stukken weg en ware watervallen. Dat in combinatie met de slechte staat van de infrastructuur na de regentijd waarbij op diverse plekken men begonnen is met de herstelwerkzaamheden, zorgde er uiteindelijk voor dat we pas om kwart voor 6 het Indra Toraja Hotel bereikte. Daar werden we opgewacht door onze gids voor de komende 4 dagen, Petrus. Hij vertelde ons in het kort het programma voor de komende dagen. Op dat moment vonden we echter het belangrijkste de mededeling dat we pas om 9 uur morgen vertrekken. Uitslapuhh!! En dat is goed nieuws want Nori was inmiddels weer helemaal terug bij af en die is voor de 2e avond op rij zonder eten onder de wol gekropen. Desondanks kunnen we zeggen dat het een prachtige dag is geweest en dat het boottochtje op het Tempemeer met het bezoek aan de vissersfamilie ons altijd zal bijblijven.
Voor nu, selamat tidur, liefs Nori & Fred
Van Makassar naar Senkang
Lieve allemaal,
Vanmorgen om kwart over 7 opgestaan. Aangezien we gisteren pas laat in de avond in het hotel zijn aangekomen konden we ons niet goed oriënteren waar we precies beland zijn in Makassar. Bij het openschuiven van de gordijnen werd ons dat wel heel snel duidelijk. Kamer 1000 is gelegen op de 10e verdieping van het Aston Hotel en de ovaalvormige ramen geven een duizelingwekkend uitzicht op de stad en de zee. Wauw, wat een mooi panorama. Ik weet niet of het jullie inmiddels is opgevallen aan de schrijfstijl, maar Nori tikt dit verhaal eens een keer niet maar ik. Ja, dat is different koek zoals onze fameuze Louistje dat ons weet te vertellen. Helaas moet ik jullie mededelen dat Nori even geveld is. Een barstende koppijn heeft haar gevloerd. Na aankomst in het hotel is ze meteen het bed ingedoken en heb ik de kamer donker gemaakt. Hopelijk doet een goede nachtrust haar goed. Jullie moeten het dus even met mij stellen.
Het ontbijt was klasse. Keuze in overvloed, voor mij als slechte ontbijter niet echt van toegevoegde waarde, 2 versgebakken wafeltjes en wat fruit en ik ben klaar. Voor Nori is er gelukkig een overvloed aan keus wat betreft de Indonesische keuken, dus ons pindarotsje weet de weg naar de rijst weer snel te vinden.
Om 9 uur vertrekken we met ons busje met ruimte voor 8 personen. Aangezien de ziekenboeg zich verder heeft uitgebreid vragen we onze gids Sandy om eerst langs een apotheek te rijden. Nori voelt zich op dat moment al niet zo best dus wordt de voorraad medicamenten aangevuld met de nodige snuif- en dopemiddelen, de Olympische Spelen staan immers ook voor de deur. Na het bezoek aan de apotheek moeten wij ook nog langs de flappentap want de miljoenen vliegen hier je portemonnee uit maar gelukkig er ook weer zo in.
Eindelijk kan daarna onze rit echt beginnen. We starten met een bezoek aan Fort Rotterdam (Benteng Makassar). 26 jaar geleden heb ik hier ook al met mijn moeder voor de poorten gestaan maar besloten toen om het daarbij te laten. 26 jaar later blijkt dat een heel goede keus geweest te zijn (zal wel aan de naam liggen). Voor het fort staat in grote rode letters “FORT ROTTERDAM” afgebeeld op een wijze die doet denken aan de letters op het Museumplein “I AM STERDAM”, sowieso een betere titel voor welke bezienswaardigheid ook. Nadat we een foto van ons hebben laten maken met op de achtergrond het fort en de rode letters, waarbij Nori en ik keurig voor de letters “ROTTER” poseren trekken we toch de stoute schoenen aan om het fort eens van binnen te bekijken. Foute keus, geen reet aan.
Fort Rotterdam is één van de best bewaarde vestingwerken in Indonesië. Het fort werd in 1545 gebouwd tijdens het regiem van de vorst van Gowa en in 1667 viel het in handen van Cornelis Speelman nadat hij vanaf 1660 al een aantal Nederlandse aanvallen had ondernomen om Makassar in te nemen. Speelman veranderde de naam in Fort Rotterdam. Zoals eerder gezegd, ze mogen het houden. Fort Vredeburg in Yogja kon ons beduidend meer bekoren.
Na het bezoek aan het fort zijn we gereden naar Pelabuhan Paotere, de oude goederenhaven van Makassar. Hier liggen traditionele Buginese schoeners, waaronder de zogenaamde pinisi. De bouwer werkt niet met een tekening maar bouwt zijn boot aan de hand van kennis en ervaring. Ook hier stonden we weer vol bewondering te kijken hoe jonge jongens in de brandende zon bij een zeer hoge luchtvochtigheid met soms wel 5 cementzakken op de rug heen en weer zeulden van vrachtwagen naar schoener. Want het is hier klam, dat is duidelijk voelbaar want zonder enige inspanning plakken op deze vroeg ochtend onze kleren al.
Na het bezoek aan de haven verlaten we Makassar (sommigen kennen het wellicht beter als Udjung Padang, maar Soekarno veranderde na 1949 de naam in Makassar evenals dat Celebes werd vervangen door Sulawesi). In een uurtje rijden we naar de regio Maros, het gebied ten noorden van Makassar da bekend staat om zijn prachtige kalksteenrotsformaties. Na die van China en Vietnam (Halong Bay) is dit het derde gebied in grootte. Hier maken we kennis met het echte buitenleven van de Sulawezen. Na het drukke en overbevolkte Java met zijn miljoenensteden is het even omschakelen om terecht te komen in deze prachtige, rustige setting. We lopen over de dijkjes van de rijstvelden en langs kleine dorpjes. Kinderen, maar ook de volwassenen, duiken verlegen weg als we langswandelen, anderen zijn brutaler en wint de nieuwsgierigheid het van de verlegenheid. Heel anders dan op Java, waar bijna iedereen smeekte om op de foto te mogen. De Buginezen zijn echter nog niet zoveel toeristen gewend. Alles komt dan ook nog zeer authentiek over. Vrouwen bewerken de rijstvelden, een imam blèrt vanuit een moskee over de velden, geiten, koeien en buffels blokkeren af en toe ons pad en dat allemaal tegen de achtergrond van die prachtige kalkrotsformaties.
De lunch gebruiken we bij een Buginese familie. Moeder de vrouw heeft de gehele ochtend in de keuken gestaan om voor ons de warme lunch te bereiden. We mochten eerst de paalwoning vanbinnen bezichtigen. De ouders slapen in één bed met de drie kinderen, ongelooflijk, de keuken stelt werkelijk niets voor, een wonder dat ze zo’n heerlijke lunch heeft kunnen bereiden. Voor de namen mis ik nu natuurlijk Nori maar er was in ieder geval rijst, een soort gefrituurde maiskoekje, soto (soep), eieren en kip. Aan een boom slingerde het ‘speelaapje’ van de kinderen. Het aapje is bevestigd aan een touw en dient dus daadwerkelijk als speelgoed voor de kinderen. Daar worden wij natuurlijk niet vrolijk van maar wie zijn wij met onze Westerse normen en waarden om dat te veroordelen.
Na afscheid genomen te hebben van de familie zijn we een stukje verder gelopen over de dijkjes tot aan de opstapplek van de kano’s. De bewoners verplaatsen zich hier veelal per houten kano. Wij hebben een stukje gevaren om een indruk te krijgen van het leven van de vissers langs de oevers van de riviertjes. Eén stukje van de rivier voer letterlijk dwars door een kalksteenformatie. Magnifiek gezicht.
Onze chauffeur stond ons verderop met het busje op te wachten. Via het prachtige berggebied van Zuid-Sulawesi bereiken we na 4 uur rijden om 5 uur Sentang, ons overnachtingsstekje voor één nacht. Het hotel heet BBC, geen idee waar dat voor staat. Nori is inmiddels er zo slecht aan toe dat na intrek in de hotelkamer meteen onder de wol kruipt en ik de kamer zo donker mogelijk maak. Ze wil niet eten en dat is voor mij een teken dat het goed mis is. Hopelijk doen het donker, de pillen en de rust haar goed.
Ik ga met Tonny en Jolanda wat eten in het restaurant naast het hotel. Tonny heeft van ons inmiddels de bijnaam Toni Potato gekregen omdat hij steeds (extra) frietjes wil eten, Jolanda heet Jo Coke, omdat ze alleen cola drinkt en Tonnie en Jolanda hebben Nori omgedoopt in Nori Goreng. Alleen voor mij hebben ze nog niet iets gevonden en ik beschouw dat maar als een compliment. In het restaurant gaat het er allemaal een beetje raar aan toe. Jolanda wil cola, hebben ze niet, Fanta dan, nee hebben we niet, wat hebben jullie dan wel, geen frisdranken alleen maar Bintang, ja logisch in deze moslimgemeenschap! Tonnie en ik nemen bier, 2 flesjes, één koud, één lauwwarm, die lauwe willen we niet. Vervolgens eten bestellen, ik wil saté ayam, logisch toch, altijd raak, nee dus, hebben we niet. Huh? Wat hebben jullie dan wel, een combischotel van Nasi Goreng met jawel ……. saté. Logisch toch. Tonny en Jolanda nemen een pizza, respectievelijk een regular (onze medium) en een large. De regular hier is onze large thuis, de large is een kingsize pizza. De jongen die de bestelling opneemt spreidt zijn handen om Tonny aan te geven hoe groot een large is. Hij spreidt zijn handen daarbij ongeveer één meter uit elkaar waarop Tonnie zegt “doe die maar”. Als ik het eten al lang op heb en de pizza’s na een half uur arriveren schrikt Tonny toch wel van de omvang van de pizza. “Ik wist niet dat hij zooooo groot was”. Jullie begrijpen, Jolanda en ik hebben Tonny bevolen om de gehele pizza op te eten en dat is hem nog gelukt ook.
Zo, het is nu bijna 10 uur, Nori slaapt licht en ik ga mijn oogjes ook maar sluiten voor vandaag. En nu maar hopen dat Nori morgen weer beter is, dan hoeven jullie mijn gewauwel ook niet meer aan te horen.
Liefs, Nori & Fred
Van de Bromo naar Sulawesi
Hallo,
Sorry voor het late plaatsen van het verhaal van gisteren, maar de wifi bij hotel Lava View deed het gewoon niet…. Gelukkig was er op de luchthaven bij de Starbucks wifi, dus het daar opnieuw geprobeerd.
Vandaag dus om half 3 op. Warm ingepakt, want het zou koud zijn op het uitkijkpunt. Nou ze hadden niets te veel gezegd!! Gelukkig hadden wij braaf geluisterd en viel het allemaal mee. Fred had zijn twee mutsen bij zich zoals hij zelf steeds zegt, ik ga er maar vanuit dat hij dat lief bedoeld. ;-)
Wat een pracht die zonsopgang en dan was het door het rommelen van de Bromo nog niet eens zo helder als dat Fred het 26 jaar geleden heeft gezien. Wij konden daardoor uiteindelijk alleen de kraterrand zien en niet erin kijken, omdat er steeds grote aswolken omhoog kwamen.
De chauffeur wist ons zelfs te vertellen dat de Bromo vannacht wat vuur gespuwd had. Jolanda was inderdaad wakker geworden van het klapperen van de ramen omdat de Bromo zo tekeer ging. Wij zijn overal doorheen geslapen.
Na dit mooie spektakel weer terug naar het hotel, waar een overheerlijk ontbijt van nasi gorgeng (ze noemen mij nu ook al Nori Goreng) te verorberen, compleet met vers gebakken eitjes en mijn dag begon wederom goed.
Hierna hadden wij nog tijd om even een tukje te doen, want we hoefden pas om 12 uur weg en het was pas kwart over 8. Heerlijk even geslapen, opgefrist en tassen weer ingepakt voor een rit van ca. 4 uur, dat zou afhankelijk zijn van het verkeer. Alles ging echter voorspoedig dus ook onderweg nog even tijd om te lunchen, jaja lekker saté kambing (geit) en dan ook echt die zoals ik die vroeger bij opa en oma at (weet je nog Renate)? Super mals vlees en heerlijk gekruid en natuurlijk ook op zo’n smal bbqtje gegrild. Jumjum…. Beetje nasi goreng merah erbij (rode nasi) en Noortje was weer helemaal happy. Hihi
Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Surabaya afscheid genomen van Farid en door naar de incheckbalie. Daar bleek een heuse Starbucks te zitten, dus daar moesten we even een latte macchiato karamel scoren…..
Alles ging behoorlijk soepel en efficient en wat een mooie moderne luchthaven is Surabaya! Zelfs 10 minuten eerder vertrokken en aangekomen in Sulawesi of zoals tante Bé zou zeggen, Celebes………
De tassen waren er vrij snel en toen wij door de deur kwamen stond ook onze chauffeur alweer op ons te wachten (wij waren dan ook niet zo heel moeilijk te herkennen, want we waren zo ongeveer op 1 ander stel na, de enige blanken die in het toestel zaten).
Aangekomen in het Aston Hotel keken wij ons ogen uit! Wat een groot ding…. En wat een prachtige kamers. De spullen neergegooid en even wat gedronken op de 20e verdieping in de sky lounge On 20. Prachtig uitzicht, ondanks dat het donker was konden wij goed over Makassar uitkijken.
Nu mijn verhaal typen, dan douchen en dan heerlijk slapen!
Selamat Tidur!
Liefs,
Fred & Nori
Van Malang naar de Bromo
Hallo,
Vandaag mochten we uitslapen en hoefden wij pas om 6.30 uur op. Om 7 uur aan het ontbijt en heerlijk genoten van een bordje mie met ayam rendang en andere lekkere dingen. Omdat ik het toch niet kon laten ook maar een klein bordje nasi gegeten.
Om 8 uur werden we opgehaald, niet door Harry, die was er wel om de laatste instructies te geven maar door Farid en hij heeft ons naar het overstappunt om naar de Bromo te gaan gebracht. Hij rijdt dan verder met onze bagage richting het hotel en wij stappen dan in de jeep om zo naar de Bromo te rijden. Het was een half open jeep en omdat het mooi weer was, heeft onze vrijwel geen Engels sprekende chauffeur het dak eraf gerold, zodat we af en toe ook even konden staan.
Een paar fotostops onderweg en weer genoten van de rit. Ook nog een prachtige wandeling gemaakt naar waterval, de Cebon Pelangi, het was een flinke klim, zowel omhoog als omlaag, maar zeker de moeite waard toen we bij het eindpunt kwamen. Het water kwam met flink gedonder naar beneden en we werden er behoorlijk nat van. Maar ach, het zonnetje droogt ons dan wel weer. Tja en dan de klim weer in omgekeerde volgorde terug. Weer in de jeep geklommen en verder met onze rit.
Bij de Bromo aangekomen, mochten we van de chauffeur de rest gaan lopen (kon hij een tukkie doen). Tonny op een paard en Jolanda, Fred en ik lopend. Eerst door de zandzee zoals ze dat hier noemen. Zwarte as is het zand dan wel te verstaan. Dat as gaat werkelijk overal inzitten, je oren, je haren en als je even je kiezen op elkaar zet, dan hoor je het knarsen.
De Bromo is sinds juni weer actief, na een flinke poos rustig te zijn geweest. De laatste evacuatie hier was in 2006, maar nu is dat niet nodig, al gingen we wel op eigen risico naar boven. Dat werd nog eens benadrukt door Harry vanmorgen.
Bij de trap aangekomen voor het laatste stukje, bleek die er niet meer te zijn, nou ja, wel nog te zijn, maar dik bedolven onder de as, dus dat werd een lastige klim naar boven. 26 jaar geleden toen Fred hier met zijn moeder was, konden zij hier zo naar boven huppelen, omdat de traptreden toen goed waren. Gelukkig hadden wij onze goede bergschoenen aan, dus enige grip was er wel, maar het ging echt voetje voor voetje naar boven. Gelukkig had Harry ons aangeraden om maskers voor te doen, vanwege de zwavellucht en het as was er in het rond vliegt. Nou dat was geen overbodige luxe! Al ging het ademhalen niet altijd even prettig door zo’n masker, ik was toch blij dat wij die op hadden.
Eenmaal boven, waren wij wel even stil van het enorme geweld wat wij hoorden en het besef zo dicht bij een krater te staan die behoorlijk actief is. Dit zullen wij waarschijnlijk nooit meer zien……. Grote aswolken kwamen naar boven, echt heel spectaculair! We zijn even een stukje verder gelopen, waar een beeldje van Ganesha stond, de beschermheer van de reizigers volgens de hindoeïsten. Hier hebben we volgens oud gebruik een bosje bloemen wat we eerder al bij een verkoper hadden gekocht de krater ingegooid, onder het doen van een wens.
Natuurlijk hebben wij veel te veel foto’s gemaakt. Maar het was ook zo’n spectaculair gezicht en het geraas van de vulkaan was ook overweldigend! Soms was het even muisstil, om dan vervolgens weer een enorm geraas te horen.
Bij het hotel aangekomen, hebben we lekker geluncht met een kopje warme soto ayam en daarna naar de kamer om ons van al het stof te ontdoen. Dat viel nog niet mee, maar we zijn weer schoon. Net hebben we genoten van de zonsondergang en zo gaan we (alweer) eten en dan slapen, want morgen krijgen we om 02.30 (ja, echt waar) een wake-up call. Om 3 uur worden we dan weer opgehaald om naar de zonsopgang van de Bromo te gaan kijken. Vannacht kunnen we in ieder geval gaan slapen met het gerommel van de Bromo op de achtergrond, want dat is hier in het hotel goed te horen.
Net alvast een paar heerlijk warme mutsen gekocht, want het schijnt best heel koud te zijn daar. En ach, verkoper blij en wij ook, want het zijn echt lekkere mutsen en die kopen we nooit meer voor 15.000 IDR = 1,05 euro per stuk J
Ik zal zo ook nog even proberen wat foto’s er op te zetten, maar dat valt niet echt mee, want de verbinding is best traag, ik ben al blij dat dit lukt.
Groetjes en tot morgen,
Fred & Nori
Een dagje Malang
Hallo,
Dag 10 alweer van onze fantastische reis door Java en straks Sulawesi. Vandaag hadden we een vrije dag met een auto met chauffeur tot onze beschikking. Chauffeur Harry komt uit deze stad, dus wat is er handiger dan hem te laten bepalen waar we heen gaan.
Om 6.15 uur opgestaan en om half 7 zaten we weer aan het ontbijt en wat voor een ontbijt! Ik voelde me net Alice in Wonderland…… tjee, wat stonden er veel lekkere dingen! Gewoon teveel om te kiezen, dus ik heb het maar bij een heerlijk bord mie met gebakken kip en groenten gehouden.
Om half 8 kwam Harry ons halen en als eerste zijn we naar de Idjen Boulevard, een oud Koloniale straat, gereden waar het vandaag autoloze zondag was. Nou ja, tot 9.30 uur dan….. wij dus over de brede straten gewandeld, samen met nog zo’n …tig Indonesiërs. Leuk hoor, er was van alles te zien…. Van een klas met Yogabeoefenaars, een groepje met skaters die of het nog moesten leren of aan het leren waren hoe zij moesten achteruit skaten, of een klas met fanatieke fitnessbeoefenaars tot jongens die net een skateboard hadden en daar druk mee aan het oefenen waren. Ook was er een apart deel van de straat waar mensen hun huisdier showden alsof ze op een tentoonstelling waren.
Na de wandeling naar de Pasar besar, een markt waar voornamelijk eetkraampjes waren en van alles voor de kinderen was. Het meest maffe vonden wij toch wel de krabjes, waarvan de huisjes in allerlei kleuren waren geschilderd. Ook hadden ze daarvoor weer allerlei huisjes en garages gemaakt waardoor die beestjes dan konden lopen, je moet er maar op komen…..
De huizen die langs deze laan staan waren vroeger in het bezit van de Nederlands, maar tegenwoordig zijn ze over het algemeen in het bezit van de Chinezen die de huizen na de vlucht van de Nederlanders voor een zacht prijsje konden kopen.
Weer even de auto gepakt en deze geparkeerd achter het stadhuis. Daarvoor ligt een klein parkje, op zich ook weer keurig aangelegd, maar die Chinezen moeten het weer verpesten met hun afzichtelijke, metershoge plastic bloemen.
Vanuit daar zijn we de kampong ingegaan. Een deel van de kampong heeft huizen in alle kleuren van de regenboog, maar dat komt omdat de verffabrikant, Deco Fresh, gratis de verf uitdeelt. Hiervoor wil hij alleen maar een paar gratis reclameborden plaatsen, dat zijn er dan meteen weer zoveel dat je die dan ook echt niet over het hoofd kunt zien.
Via de kampong zijn we langs het spoor verder gelopen en het is heel indrukwekkend te zien dat mensen met zo weinig tevreden kunnen zijn. Een pitje op een gasbrander buiten is de keuken, met een beetje geluk afgesloten door een soort kist en anders gewoon in de open lucht.
De rijst ligt te drogen op het spoor (wel in manden) en wat blijkt later, de trein die dendert er dan gewoon overheen. Ook wij maken dit mee en worden door Harry naar een bankje verwezen waarop we veilig plaats kunnen nemen terwijl de trein langs ons voorbij raast. Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat daar nog geen 50cm tussen zit. Ik ben er dan ook een beetje stil van als ik besef dat deze mensen dit dag in dag uit meemaken en dat zij hun kindertjes dan ook verdomde goed in de gaten moeten houden……..
Na het bezoek aan de kampong brengt Harry ons naar een Chinese tempel die ook in de wijk staat. Een prachtige tempel die bij nader onderzoek ook best groot blijkt te zijn.
Hier mogen we allemaal wierook aansteken en daarbij een wens doen, dan met twee precies op elkaar passende “monden” gemaakt van kokosnoot gooien. Als de monden goed vallen dan lacht de Boeddha en anders kijken ze chagrijnig en is de Boeddha je dus niet goed gestemd. Daarna nog met een ton schudden waarin houten stokjes met een nummer zitten en je moet dan net zo lang schudden tot er 1 stokje uitvalt. Bij dat nummer hoort vervolgens een briefje uit een houten kast met daarop je toekomstvoorspelling.
Ik had nummer 22 en het meest belangrijke wat Harry me kon vertellen over de inhoud van het briefje was dat ik volgende maand nog een keer terug moest komen om opnieuw mijn wens te doen.
Na dit bezoek zijn we naar de pasar lokal gegaan, een markt waar veel groenten en fruit wordt verkocht. Ook hier weer het fenomeen dat men met ons op de foto wilde. Ook werd er heel vaak gevraagd of wij een foto van hen wilde maken en dan wilde zij natuurlijk de foto wel even zien. na deze markt vond Harry het welletjes en zei dat hij moe was van het lopen en hield een Angkot (volgens Harry een microlet haha ipv een chevrolet) voor ons aan en zijn we met het minibusje naar de vogeltjesmarkt gegaan. Deze was niet zo beroerd om te zien als de vorige in Yogyakarta, maar toch houden wij niet zo van die beestjes in een kooitje.
Na dit alles was het tijd om te lunchen. Harry zette ons eerst af in een restaurant waarvan we de kaart vrijwel niet konden lezen en dit leek ons niet zo verstandig. Morgen een lange dag voor de boeg en als de magen dan van streek zijn……..
Dus gevraagd of Harry ons bij iets kon afzetten waar wij in ieder geval nasi goreng konden krijgen. Dat lukte natuurlijk en voor ons werd er een pittige versie gemaakt en voor Tonny en Jolanda een wat minder pittige versie, wat gado gado en een heerlijk kipgerecht erbij en klaar waren we. Heerlijk gegeten in een super klein tentje met voor de anderen veel frisdrank en voor mij twee grote mokken thee. En dat alles voor nog geen 15 euries met z’n vieren.
Als laatste zijn we nog naar de rijstvelden gereden en wat was het daar mooi!!! Langs het beekje gebeurde van alles, mensen die zich aan het wassen waren, mensen die de was deden, jongens die aan het klieren waren, zoals dat hoort bij hun leeftijd en ook mannen en vrouwen die met zware takkenbossen op de rug langskwamen. Wat een mooi gezicht en zo puur allemaal. Aan het eind van het pad was er nog een stupa, die we natuurlijk ook even bezichtigd hebben.
Na dit alles weer terug in het hotel, lekker gedoucht en toen was het tijd voor (ja, alweer) een massage en wat voor één. Super, echt met een hoofdletter S!! Eerst een uur gezichts- en hoofdmassage daarna een uur de rest van het lijf onder handen genomen. Toen nog even lekker eten in het restaurant van het hotel, want wij hadden de puf niet meer om nog ergens anders heen te gaan, nu mijn verhaal schrijven en dan slapen. Morgen wordt het zoals ik al zei een hele lange dag.
Tot morgen,
Liefs,
Fred & Nori
Met de trein van Yogyakarta naar Malang
Selamat Malan,
Vanmorgen was het weer vroeg dag. Om zes uur zouden wij opgehaald worden, maar om half 6 werd er al op de deur geklopt dat de taxi er was. Gelukkig waren wij al klaar dus meteen naar de receptie, waar inderdaad de taxi stond te wachten.
Koffers in de auto, ontbijtboxen opgehaald en ingeladen en gaan….. naar het station, om vandaar de trein richting Malang te nemen. De trein gaat over de komende 391kilometerzo'n 8 uur over doen. Dus we hebben nog wel even te gaan. De reis is echter wederom comfortabel, prima stoelen die vrijwel in de ligstand kunnen, een kussentje en dames en heren van de restauratie die steeds even langskomen met thee, koffie, maaltijden, enz.
Onderweg weer prachtige plaatjes van de mensen die op de rijstvelden aan het werk waren en zwaaiende kinders. Ook ziet Fred eindelijk de Gunung Merapi (merapi vulkaan) en Merapi betekent dan weer berg van vuur. Ik zie hem niet want ik lig te slapen....
Eenmaal in Malang aangekomen, stond ook daar onze gids en chauffeur voor de komende dagen, Harry, weer keurig op ons te wachten. Hij ging echter op zijn brommertje naar het hotel, terwijl wij met de auto door een andere chauffeur naar hotel Santika werden gebracht. Ook hier in Malang is het een drukte van jewelste, maar ook hier is het geen enkel probleem wanneer je de straat over moet steken. Als je het maar even duidelijk aangeeft, dan laat iedereen je voorgaan en stopt netjes.
Malang dankt zijn naam aan de tijd dat het gebied nog Majapahit heette en behoorde bij het koninkrijk Demak. De toenmalige koning had steeds ruzie met de bevolking en zij lagen hem steeds dwars. Dat vond hij blijkbaar een toepasselijke naam en noemde toen het dorp ook zo: Malang (dwars).
Vanavond hebben wij gegeten bij Toko Oen, een zeer gerenommeerd bedrijf uit de koloniale jaren. Men gaat hier nog steeds graag eten en op de kaart is dan ook veel Nederlands eten, zoals een kroketje met mosterd, een uitsmijter rosbief, enz. terug te vinden.
Terug in het hotel dachten we een heerlijke koffie met een gebakje te gaan scoren, omdat er in de vitrine allerlei lekkere taartjes stonden. De koffie lukte, maar met het taartje ging het mis. In de vitrine stonden alleen maar voorbeelden. Dus als je dan bepaalde ingrediënten niet meer in huis hebt, dan is dat natuurlijk heel moeilijk om toe te geven voor de Javanen en dan ga je gewoon iets anders neerzetten. Maar die rare Nederlanders accepteren dat natuurlijk niet en tja, dan loop je mee naar de vitrine en knik je nog een keer dat je het begrepen hebt, maar helaas……. Uiteindelijk stonden zij met drie man (de manager, de kok en de ober naar de vitrine te staren, maar er kwam niet vanzelf een gebakje uitrollen…. Uiteindelijk heeft Fred hen uit hun lijden geholpen en gevraagd wat het probleem was. Toen kwam er schoorvoetend uit dat de topping op was en of wij misschien iets anders wilden. Tja, misschien wanneer zij dat meteen hadden gezegd wel, maar nu vonden wij het wel genoeg en hebben we afgerekend en zijn wij naar de kamer gegaan.
Verder is het hotel heel mooi, de kamers ruim en de bedden heerlijk en ziet het er verder keurig verzorgd uit, maar het blijft opvallend dat de jongen die je helpt met de bagage, beter Engels spreekt dat de manager van het hotel.
Morgen gaan we met Harry op pad en gaan we Malang en omgeving verkennen.
Selamat Tidor,